Venus

VenusVenus is de tweede planeet vanaf de zon en de naaste buur van de aarde. De twee planeten zijn vrijwel even groot en gelijk van samenstelling, maar verder zeer verschillend. Venus is voortdurend gehuld in een ononderbroken, dicht wolkendek. Daaronder ligt een schemerige, levenloze, droge wereld met een verzengend heet oppervlak, heter dan dat van enige andere planeet. Radarbeelden tonen een voornamelijk vulkanisch landschap.

Baan

De baan van Venus is de minst elliptische van alle planeetbanen. Ze beschrijft een vrijwel volmaakte cirkel – er is dus weinig verschil tussen de afstanden van het aphelium en het perihelium. Venus doet 224,7 aardse dagen over een omloop. Hierbij draait zij uiterst langzaam om haar as, langzamer dan de andere planeten. Ze heeft 243 aardse dagen nodig voor één aswenteling, wat betekent dat een Venus-dag langer duurt dan een Venus-jaar. Toch is de tijd tussen twee zonsopkomsten slecht 117 aardse dagen. Dat komt doordat de planeet tijdens haar draaiing tevens een baan om de zon beschrijft en bovendien in vergelijking met de meeste andere planeten in tegengestelde richting roteert. Door de vrijwel cirkelvormige baan en de vrijwel rechte stand van de rotatieas kent Venus vrijwel geen seizoenen. De Venusbaan ligt binnen die van de aarde en ongeveer elke negentien maanden beweegt Venus tussen de zon en de aarde door. Bij deze dichtste nadering is de afstand tot Venus minder dan honderd maal die tot de maan.

Bouw

Venus is een van de vier aardse planeten en lijkt het meest op onze planeet. Deze steenachtige wereld is slechts iets kleiner en lichter dan de aarde. Aangenomen wordt dat de inwendige structuur, de afmetingen van de kern en de dikte van de mantel eveneens op die van de aarde lijken. Venus' metaalkern zou dus een vast binnendeel en een vloeibaar buitendeel hebben, net als die van de aarde. Toch heeft Venus geen meetbaar magnetisch veld. De planeet draait vergeleken met de aarde uiterst langzaam – veel te langzaam om voor stroming in de gesmolten kern te zorgen, wat nodig is om een magnetisch veld op te wekken. Venus' inwendige warmte – opgewekt vroeg in de geschiedenis van de planeet, maar ook afkomstig van radioactief verval in de mantel – ontnapt door geleiding en vulkanisme.

Atmosfeer

De kooldioxiderijke atmosfeer van Venus strekt zich uit tot een hoogte van ongeveer tachtig kilometer. Hierin bevindt zich een uit drie lagen opgebouwd wolkendek. De onderste laag is het dichtst en bevat grote druppels zwavelzuur. De middelste laag bevat minder druppels en in de bovenste zijn de druppels klein. Dicht bij het oppervlak beweegt de atmosfeer zeer langzaam en gaat zij mee met de draaiing van de planeet. Hoger, in het  wolkendeel, waaien sterke westenwinden. De wolken doen er vier dagen over om één rondje Venus te maken. Ze reflecteren het zonlicht grotendeels terug de ruimte in; Venus is dus een bewolkte, oranjebruine wereld. De evenaar ontvangt meer zonnewarmte dan de poolstreken. Toch schommelt de oppervlaktetemperatuur van beide slechts een paar graden rond de 464 °C, net als de dag- en nachttemperaturen. Het aanvankelijke verschil doet winden in de hoogste luchtlagen ontstaan, die de warmte in één grote circulatiecel naar de poolgebieden vervoeren. Venus heeft dan ook geen weer.

Tektoniek

Je zou denken dat Venus op de aard lijkt, maar er is één cruciaal verschil: ze heeft geen bewegende platen. Dat betekent dat het oppervlak meer verticale bewegingen ondergaat dan horizontale. Toch kent Venus naast onbekende structuren, zoals arachnoïden, ook veel bekende, “aardse” kenmerken, die het gevolg zijn van allerlei tektonische processen. Venus telt honderden vulkanen, van grote, niet erg steile schildvulkanen zoals Maat Mons, tot kleine, naamloze bulten. Ongeveer 85% van het oppervlak bestaat uit lage vulkanische vlakten met uitgestrekte lavavelden. Er is nog tot 500 miljoen jaar geleden vulkanische activiteit geweest en misschien zijn sommige vulkanen nog steeds actief. Andere kenmerken zijn het resultaat van het openbarsten of samendrukken van de korst. Er zijn troggen, kliffen en kloven, evenals bergketens zoals Maxwell Montes, ruggen en hoogvlakten. De hoogste bergen en vulkanen op Venus zijn in grootte vergelijkbaar met die op de aarde, maar over het geheel genomen heeft de laatste minder variatie in de hoogte.

Inslagkraters

Hoewel er vele honderden inslagkraters op Venus zijn gevonden, is dit aantal laag vergeleken met dat van de maan en Mercurius. In het verleden waren er meer kraters, maar die zijn verdwenen door de vulkanische activiteit van ongeveer 500 miljoen jaar geleden. De kraters van Venus hebben eigenschappen die elders in het zonnestelsel niet voorkomen. Dat komt doordat de dichte atmosfeer en hoge temperatuur het inslaande object en de ontstane ejecta beïnvloeden. De ejecta kan bijvoorbeeld wegwaaien en vloeistofachtige stromen vormen. En sommige inslaande objecten verbrokkelen in de atmosfeer voordat ze het oppervlak kunnen bereiken. Voordat er een krater ontstaat, daalt er dan een donkere deken van fijn puinmateriaal naar beneden. De wind heeft ook het oppervlak veranderd en strepen en wellicht zandduinen doen ontstaan.