Jupiter
Jupiter is de reus onder de planeten: zijn diameter is elf keer die van de Aarde, hij weegt driehonderd keer zo veel en bestaat uit gas. Jupiter is een gasplaneet, net als Saturnus, Uranus en Neptunus, en bestaat voor 90% uit waterstof en 10% helium. Er zijn ook sporen van methaan, water en ammoniak.
Evenals Saturnus heeft Jupiter ringen, maar deze zijn veel dunner en werden pas ontdekt toen de Voyager 1 erlangs vloog. Op Jupiter is een Grote Rode Vlek te zien. Deze wordt al eeuwen lang vanaf de Aarde bekeken. Het is een supergrote storm met een grootte van 12.000 bij 25.000 km die tegen de klok in beweegt. Er zijn een heleboel stormen op Jupiter.
De Pioneer 10 was het eerste ruimtetuig dat door de astroïdegordel heenkwam en foto's nam van Jupiter in 1973, hierna volgden Pioneer 11, Voyager 1 en 2 in 1977, Ulysses, Galileo in 1995. Het ruimtetuig Galileo had een atmosferische sonde bij zich om iets meer te weten te komen over de binnenzijde van Jupiter, maar toen deze op een bepaalde hoogte kwam, verloor men het contact met de sonde.
Op het oppervlak waaien winden met een snelheid van zo'n 650 km/uur. Jupiter heeft (voor zover bekend) in totaal 63 manen, de grootste hiervan is Ganymedes. Callisto, Europa, Ganymedes en Io werden al ontdekt in 1610. De overige manen zijn pas later ontdekt, onder andere door de Voyager missies.



