Home
De Oerknal:
Aarde:
Baan van de Aarde:
Bouw van de Aarde:
1.De kern van de Aarde heeft een diameter van ongeveer 7100 kilometer en bestaat vooral uit ijzer en een kleinere hoeveelheid nikkel. Het centrale deel in de kern is vast en de temperatuur kan daar oplopen tot wel 4800 graden celsius. Het buitenste deel van de kern is vloeibaar. Stoppen met Alcohol drinken Minnesota Model , Afkickcentrum , Hulp bij verslaving - Cannabis verslaving - Stoppen met cocaine - Afkickkliniek
2)Om de kern heen zit een mantel ( laag ) van ongeveer 2750 kilometer dik. Deze mantel bestaat uit magnesium en ijzersteen.
3)Daarna komt de Aardkorst. In deze korst zitten veel verschillende soorten mineralen, dit zorgt voor de juiste voeding van wat er op Aarde verbouwd word. De aardkorst word soms ook verdeeld in twee korsten, de continentale korst en de oceanische korst. Lees alles over de Aarde zwangerschapskleding Extremis Hopper
De Zon
Inwendige Bouw
Planeet Mercurius
De kleine planeet Mercurius staat het dichtst bij de zon en bevat van alle planeten in ons zonnestelsel het meeste ijzer. De omstandigheden aan zijn oppervlak zijn extreem. Er is nauwelijks een beschermende atmosfeer en de temperatuur stijgt overdag tot een verzengende 430 °C, om 's nachts tot ijzige – 180 °C te dalen. Geen enkele andere planeet kent zulke temperatuurschommelingen. Het oppervlak van Mercurius wordt geteisterd door een bombardement van meteorieten en is donker en stoffig.
geisoleerde dakplaten
Baan
De baan van Mercurius wijkt behoorlijk af van de cirkelvorm. In zijn perihelium staat de planeet slechts 46 miljoen kilometer van de zon, maar in zijn aphelium is dat 69,8 miljoen kilometer. Het vlak van de evenaar van Mercurius valt samen met het vlak van zijn baan (met andere woorden: zijn rotatieas staat vrijwel verticaal). Dat betekent dat de planeet geen seizoenen heeft en dat de bodems van sommige kraters dichtbij de polen nooit zonlicht krijgen, waardoor het daar dus altijd koud is. Zijn baan maakt een hoek van 7° met die van de aarde. Doordat Mercurius zich binnen de aardbaan bevindt, vertoont hij schijngestalten net als de maan.
Febrinox.Zij begeleiden u door het hele traject voor het aanschaffen en plaatsen van rvs plinten zodat u er geen omkijken meer naar heeft. Gasdetectie - Gasdetectiesysteem
Bouw
De zeer hoge dichtheid van Mercurius geeft aan dat hij veel ijzer bevat. Dit ijzer is 4 miljard jaar geleden naar het centrum gezakt, waardoor een 3600 kilometer grote kern werd gevormd. Het is mogelijk dat een dunne buitenlaag van de kern nog steeds gesmolten is. "sanitair"De vaste gesteentemantel is ongeveer 550 kilometer dik en beslaat bijna een kwart van de planeet. Deze buitenmantel is langzaam afgekoeld en gedurende het laatste miljard jaar zijn de uitbarstingen en lavastromen afgenomen, waardoor de planeet tektonisch inactief werd. De mantel en de dunne korst bestaan voornamelijk uit anorthosiet, een silicaat, net als de oude bergen van de maan. Er zijn geen ijzeroxiden. Anders dan bij de andere planeten lijkt al het ijzer in de kern te zitten; ditveroorzaakt een magnetisch veld met een sterkte van ongeveer één procent van dat van de aarde.
De Maan -
De maankorst bestaat uit calciumrijk, granietachtig gesteente. Hij is aan de voorkant ongeveer 48 kilometer dik, aan de achterkant ongeveer 74 kilometer. Door het aanhoudende meteorietenbombardement is de maankorst ernstig gescheurd. Deze scheurvorming bereikt een diepte van 25 kilometer; daaronder is de korst vast. De mantel van de maan bevat veel silicaten en maar weinig metalen zoals ijzer. Het buitenste deel van de mantel is vast, star en stabiel. Door radioactief verval van bepaalde bestanddelen van het gesteente neemt de temperatuur toe met de diepte. Het binnenste deel van de mantel ligt ongeveer duizend kilometer onder de korst, waar het gesteente geleidelijk vloeibaar wordt. De gemiddelde dichtheid van de maan geeft aan dat hij een kleine ijzerkern kan hebben. De Apollo heeft de voortplantingssnelheid van schokgolven door de maan gemeten, maar de resultaten gaven geen uitsluitsel. Er is verder seismisch onderzoek nodig om na te gaan of er inderdaad een metaalkern is.
Atmosfeer
De maan heeft een zeer dunne, ijle atmosfeer met een totale massa van ongeveer 10.000 kilogram. Dit is evenveel gas als er bij de landing van een Apollo-ruimtevaartuig vrijkomt. De oppervlaktetemperatuur varieert in de loop van een maandag met ongeveer 270 °C en de hoeveelheid gas aan het oppervlak is tijdens de koude maannachten twintig keer zo groot als overdag. De zwaartekracht van de maan bedraagt eenzesde van die van de aarde en de maanatmosfeer vervliegt voortdurend. Dit verlies wordt steeds aangevuld door de zonnewind. Strooizout bestellen, Strooizout, Strooizout Online Lees meer over de Maan
Magnetisch veld Jupiter heeft een magnetisch veld dat wordt opgewekt door elektrische stromen in de dikke laag metallische waterstof en de magnetische as maakt een hoek van 11° met de rotatieas. Het veld is sterker dan dat van enige andere planeet. 20.000 maal zo sterkt als dat van de aarde. Het heeft grote invloed op de ruimte die Jupiter omgeeft. De aankomende deeltjes van de zonnewind boren zich in het veld. Ze worden vertraagd en van richting veranderd, zodat ze langs de magnetische veldlijnen gaan lopen.
Manen. Ongediertebestrijding
‘U bevindt zich hier’, staat op de plattegrond in het park, bij het station of bij het winkelcentrum en er wijst doorgaans een rode pijl naar een geruststellend duidelijk aangegeven plaats. Maar waar is precies hier? Kinderen weten het, of denken het te weten. Op de binnenkant van mijn eerste leesboeken schreef ik mijn volledige naam en kosmische adres. Mijn kinderhandschrift werd steeds groter en groter alsof ik wist dat elk deel van het adres groter en belangrijker was dan het voorgaande, totdat het hoogtepunt van de bestemmingen as bereikt: het universum zelf, de plaats waar alles zich moet bevinden. machinehandel personal trainer
Als kinderen werden we ons er al snel van bewust dat het universum en vreemde plek moest zijn. Ik lag ’s nachts wakker omdat ik probeerde me een voorstelling te maken van wat er voorbij d rand van het universum zou zijn. Als het universum alles bevat wat er is, wat omvat dan het universum zelf? We weten nu, zo zeggen de wetenschappers, dat het zichtbare universum een gebied is waarin zich straling heeft ontwikkeld en dat het geen deel uitmaakt van iets nog groters. Een dergelijke beschrijving werpt echter te veel vragen op die meer losmaken dan de vraag die we oorspronkelijk beantwoord wilden hebben; we stoppen het universum dus maar snel terug in zijn doosje en gaan oever iets anders nadenken. tv muurbeugel woondecoratie
We denken niet graag over het universum omdat we bang zijn voor de onmetelijkheid van het alles. Het universum reduceert ons tot een brokje, waardoor we er nauwelijks omheen kunnen dat afmetingen van belang zijn. Immers, wie kan het bestaan van een universum ontkennen als er zoveel van is? ‘Spirituele aspiraties dreigen door deze zinloze bulk te worden opgeslokt tot een nachtmerrie van zinloosheid’, schreef de Engels-Duitse geleerde Edward Conze. ‘De enorme hoeveelheid materie die we om ons heen gewaarworden lijkt, vergeleken met het flakkerende beetje spiritueel inzicht dat we binnen ons gewaarworden, sterk te pleiten voor materialistische kijk op het leven.’ We weten dat we gedoemd zijn om te verliezen als we het universum zouden betwisten.
Net zo angstwekkend is het idee van helemaal niets. Kort geleden waren wij allemaal nog niets en toen was er toch iets. Geen wonder dat kinderen nachtmerries hebben. Het iets van ons bestaan zou het niets dat aan het leven voorafgegaan is, tot een onmogelijkheid hebben moeten maken, omdat we weten, zoals King Lear opmerkt, dat ‘er niets is wat uit niets kan ontstaan’. En toch worde we dagelijks, bij het verdwijnen en de miraculeuze wederopstanding van het ik dat gaat slapen en weer ontwaakt, herinnerd aan hetzelfde niets waaruit elk van ons is voortgekomen.
Als er iets is – wat kennelijk het geval is - , waar is dat iets dan vandaan gekomen? Dergelijke gedachten vallen samen met de eerste vermoedens die we van onze sterfelijkheid hebben. Dood en niet-zijn gaan hand in hand: een dubbele verschrikking die op één lijn staat met de verschrikking van het onbekende; verschrikkingen die we de rest van ons leven onderdrukken in de vorm van ons volwassen zelf. Gevelreiniging Breda opslagruimte venlo Kantoorruimte venlo
Mensen zijn gevangen in een band. Enerzijds weten we dat er iets is, omdat elk van ons zeker is van zijn eigen bestaan; anderzijds weten we echter ook dat er niets is, omdat we bang zijn dat dat is waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan. Met ons verstand weten we dat het niets van de dood onontkoombaar is, maar in werkelijkheid geloven we dit niet. ‘We zijn allemaal onsterfelijk,’ zo brengt de Amerikaanse schrijver John Updike ons in herinnering, ‘voor zolang als wij leven.’
‘Wat gebeurt er als ik doodga?’ is een vraag die een kind al op jonge leeftijd stelt, en een die we als volwassenen aan de kant schuiven. Zelfs een ‘material girl in a material world’ zou niet tevreden zijn met een antwoordt dat beperkt bleef tot de beschrijving van fysiek verval, en toch zou ook een fysisch antwoord op een dergelijke vraag, en zelfs op alle vragen, op hetzelfde neerkomen. Van welk materiaal is de wereld gemaakt en waar komt dat vandaan? Nadenken over het universum is het stellen van de vragen uit de jeugd die we niet langer stellen: Wat is allen? En wat is niets?
Ogenschijnlijk beginnen alle kinderen als aanstormende wetenschappers onbevreesd een uitputtend spoor van vragen te volgen, zelfs als het gewoonlijk de ouders zijn die uitgeput raken. Nieuwsgierigheid drijft kinderen tot de vraag ‘Waarom? En waarom? Hopend op de een of andere eindbestemming te bereiken, zoals het universum aan het einde van ons kosmische adres, het ultieme antwoord waarna er geen vragen meer zijn.
‘Waarom is eerder iets dan niets?’ vroeg de Duitse filosoof Gottfried Leibniz (1646-1716) zich af, de vraag waarop elke beschrijving van het universum uiteindelijk een antwoord moet kunnen geven. De wetenschap probeert waromvragen te beantwoorden met ‘hoe’-vragen door het veranderlijke karakter van de materie in de wereld erin te betrekken. Maar ook de ‘hoe’-antwoorden komen allemaal op dezelfde ultieme vraag: in plaats van de vraag te stellen’ waarom er daar eerder iets dan niets is’, ragen wetenschappers ‘hoe er iets uit niets is voortgekomen.’ Om rekening te kunnen houden met het alles van het universum moeten we ook rekening houden met het niets waaruit het tevoorschijn gekomen lijkt te zijn. Maar hoe zou dergelijk materiaal, zoals waar de wereld van gemaakt is, eruitzien als niets is, en welke mogelijke handelingen zouden iets in iets hebben omgezet, en iets in het alles wat we het universum noemen?
Hun antwoorden zijn niet altijd bemoedigend:
‘De mens weet eindelijk dat hij alleen is in de wrede immensiteit van het universum, waaruit hij slechts bij toeval is voortgekomen.’ Dit schreef de Franse bioloog Jacques Monod (1910-1976), met een ironische ondertoon dat we dit eindelijk ontdekt hadden moeten hebben.
‘De wetenschap heeft veel onthuld over de wereld en de plaats die wij hierin innemen. En in het algemeen bleek dat een bescheiden plek te zijn,’ schrijft Nick Bostrom, directeur van het Future of Humanity Institute aan de University of Oxford. ‘De aarde is niet het middelpunt ban het universum. Onze soort stamt af van beesten. We zijn opgebouwd uit dezelfde materie als modder. Onze bewegingen worden gestuurd door neurofysiologische signalen en we zijn onderworpen aan een verscheidenheid van biologische, psychologische en sociologische invloeden waarover we een beperkte controle hebben en waar we weinig van begrijpen.’
Onze echte plaats.’ Zegt de Amerikaanse natuurkundige Armand Delsemme, ‘is er een van isolement in een immens en mysterieus universum.’
Geïsoleerd is zinloosheid: geen wonder dat wij niet-wetenschappers het liefst thuisblijven en tv-kijken, een boek lezen of een willekeurige andere bezigheid binnenhuis zoeken. Als dit het universum is zoals de wetenschap het beschrijft, dan zijn we er zeker niet in geïnteresseerd. Een dergelijke beschrijving brengt alleen maar de misselijkmakende existentiële angsten naar boven die we sinds onze kindertijd onderdrukt hebben.
Of zijn dit enkel mijn angsten? Ik heb vrienden die beweren dat ze nooit over het universum nadenken. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat een dergelijke verwerping – van het universum nog wel! – eerder een teken is van diepe verdringing van van gebrek aan interesse. Wie wil er immers weten dat hij een onbeduidend vlekje in een uitgestrekt, doelloos en onverschillig universum is? En als we ons dit wel realiseren is het moeilijk om de wetenschap niet de schuld te geven dat ze dit ontdekt heeft. Deze sterk wetenschappelijke verklaringen lijken onmogelijk te ontkennen. Het is dus gemakkelijker om niet over wetenschap na te denken uit angst iets onweerlegbaars te horen, iets wat we liever niet zouden weten: dat we geen vrije wil hebben; dat de geest slechts een eigenschap van de hersenen is; dat goden niet bestaan; dat de enige werkelijkheid materiële werkelijkheid is; dat alle kennis die geen wetenschappelijke kennis is, niet alleen nutteloos is, maar helemaal geen kennis is.
Mac Broeken - PME Legend - Waterbedden - Djeco - Papo - Gerry Weber
Soms lijkt het alsof dat wat de wetenschap ons vertelt wieing gemeen heeft met de subjectieve ervaringen die ons tot mensen maken. We lijken in gevecht te zijn met een universum dat in het gunstigste geval niet geïnteresseerd is in de kwaliteiten die ons menselijk maken, waardoor sommigen van ons denken – een gedachte die we vermoedelijk liever niet zouden hebben – dat menselijk zijn intrinsiek onafhankelijk is van de bron van onze eigen creatie.
In harmonie zijn met het universum is niet gemakkelijk. De Engelse wiskundige Frank Ramsey (1903-1930) vond een manier om het universum een plaats te geven door het idee van de omvang zelf een plaats te geven. ‘Waar ik in lijk te verschillen van sommige van mijn vrienden is dat ik weinig belang hecht aan fysieke grootte. Ik voel me absoluut niet nederig vergeleken met de uitgestrektheid van de hemel. De sterren mogen dan groot zijn, ze kunnen niet denken of liefhebben; en dat zijn eigenschappen die meer indruk op me maken dan grootte…. Mijn wereldbeeld is in perspectief getekend.. De voorgrond wordt bezet door mensen, en de sterren zijn even klein als een muntje.’ Zijn tijdgenoot, de sterrenkundige Alan Dressler, heeft een soortgelijke strategie: ‘Als we zouden kunnen leren om het universum te kijken met ogen die blind zijn voor macht en grootte, maar gespitst op subtiliteit en complexiteit, dan zou onze wereld een heel sterrenstelsel in de schaduw stellen.’
Het tekenen van het universum op menselijke schaal zou ons kunnen herinneren aan de wereld zoals afgebeeld op schilderijen voor de ontdekking van het formele perspectief, waarbij een andere hiërarchie van grootte wordt opgelegd. Bij schilderijen van voor de Renaissance is de hiërarchie gebaseerd op het relatieve spirituele belang, zodat de Maagd Maria, om maar eens een voorbeeld te noemen, een grote plaats inneemt ten opzichte van de heiligen, die op hun beurt de knielende sponsor overschaduwen die in feite de opdracht voor het schilderij heeft gegeven.



